mobiliteit

Beperkingen in de mobiliteit kunnen ontstaan door de gevolgen van een aandoening. Dit kan in huis leiden tot problemen met het traplopen, verplaatsingen naar keuken, toilet of andere ruimtes. Buitenshuis kunnen problemen ontstaan met fietsen, winkelen, wandelen, het besturen van de auto of het reizen met het openbaar vervoer.

We observeren het uitvoeren van een handeling of activiteit, waarbij zichtbaar sprake is van een mobiliteitsprobleem. Op basis van de uitkomst kijken we hoe het probleem kunnen oplossen met training of hulpmiddelen. De cliënt leert door training op een andere manier mobiel te zijn door activiteiten anders uit te voeren. Het oefenen vindt in huis of buitenshuis plaats. Dit geldt ook voor het leren omgaan met de hulpmiddelen.

Samen met de cliënt stelt de ergotherapeut een programma van eisen op voor de nodige aanpassingen of hulpmiddelen. Deze wordt opgestuurd naar verstrekkende instanties om het hulpmiddel te verkrijgen. Cliënten kunnen hulpmiddelen op zicht uitproberen. Ook trainen we de cliënt in het gebruik van hulpmiddelen.

P1020598

lees meer